Onderzoek · Masterproef · Universiteit Antwerpen · 2008
Carrièredromen bij 25-jarigen
Ina De Quint · Beoordeeld met grote onderscheiding (volgens mijn publieke LinkedIn-profiel (opent in een nieuw venster))
“Ik wil deze doelgroep op een wetenschappelijk verantwoorde manier een stem geven”
Waarom dit onderzoek
In 2008 was ik zelf een jonge vrouw op weg naar de arbeidsmarkt. Rondom mij ging het debat over activering, tewerkstelling en de kansen van jongeren. Over hen werd veel gesproken. Ik wilde weten hoe ze er zelf naar keken.
Daarom sprak ik met jongvolwassenen van rond de vijfentwintig, hoger- en lageropgeleid, en met werkgevers uit de Antwerpse omgeving: een HR-manager, mensen uit uitzendkantoren en een werkwinkel. Ik vroeg hen wat werk voor hen betekent, wat ze van hun loopbaan verwachten en hoe ze het beleid rond werk ervaren.
Kwalitatief onderzoek op basis van diepte-interviews. De bevindingen tonen wat deze mensen in 2008 vertelden; ze zijn geen meting van een hele generatie.
Wat ik in 2008 hoorde
Werk betekende niet voor iedereen hetzelfde
Hogeropgeleide respondenten zagen werk vooral als een intellectuele uitdaging en een weg naar zelfontwikkeling. Lageropgeleide respondenten noemden werk eerst een manier om geld te verdienen, maar wilden evengoed voldoening en een aangename werksfeer.
Minder carrièrejagers dan verwacht
De hogeropgeleiden bleken minder ambitieus in klassieke zin dan ik had gedacht. Een hoge functie trok weinigen aan; een goed evenwicht tussen werk en privéleven woog zwaarder.
Grote dromen met weinig houvast
Lageropgeleide respondenten hadden tegen de verwachting in vaak zeer ambitieuze dromen: een eigen zaak, een zorgproject, eigen ontwerpen. Die plannen bleven wel abstract, zonder duidelijke route ernaartoe.
Activering als controle zonder perspectief
Werkzoekende jongeren ervoeren het tewerkstellingsbeleid als slecht afgestemd op hun noden: meer controle, weinig zinvolle vacatures, vaak tijdelijk werk zonder vooruitzicht. Dat voedde ongenoegen en wantrouwen in het systeem.
Ook werkgevers twijfelden
De bevraagde werkgevers vonden het moeilijk om de juiste mensen te selecteren en stonden evenmin positief tegenover het activeringsbeleid. Tegelijk spraken velen negatief over de werkhouding van jongeren, vooral van lageropgeleiden. Precies daar botsten de beelden die beide kanten van elkaar hadden.
Hoe ik er nu naar kijk
Als ik het onderzoek vandaag herlees, valt me vooral op hoe vaak mensen over elkaar spraken in plaats van met elkaar. Werkzoekenden voelden zich gecontroleerd, werkgevers voelden zich onbegrepen door beleidsmakers, en beleid sprak over beide in abstracte termen.
Die blik heb ik meegenomen. Als recruiter, in commerciële advisering, als ondernemer en nu als schrijver vertrek ik nog steeds van de vraag wat een systeem doet met de mensen die erin moeten bewegen, en wat zij zelf te zeggen hebben. Of de patronen van toen vandaag nog gelden, kan dit onderzoek niet zeggen. De vraag blijft wel actueel.